Wat geef ik mee?

Vraag je je wel eens af wat er bij jongeren blijft hangen van de jeugdvereniging? Als leiding wil je jongeren graag vormen en toerusten. Maar wat wil je ze nu precies meegeven, wat is de kernboodschap?

Als inleider moet je vooraf nadenken over de vraag wat je precies wilt doorgeven en waar je wilt dat de jongeren over nadenken. Als dit vaag of onduidelijk is, zal de avond geen doel treffen.

De belangrijkste tip is om te zorgen voor een duidelijke kernboodschap en die duidelijk in je inleiding is verweven. Zo'n boodschap moet kort en krachtig zijn. Passend op een luciferdoosje zeg maar. Ook bij de afsluiting van de avond kom je als leiding nog heel kort terug op die kern. Formuleer die eventueel samen met de jongeren.

Die kernboodschap is meteen het uitgangspunt voor je inleiding. Hier hang je je verhaal aan op en 'werk hier naar toe'. Besef dat een goede inleiding een vaste opbouw heeft: een inleiding, een hoogtepunt en een afronding (waar je de boodschap samenvat of een oproep doet). De eerste zinnen zijn zeer belangrijk en deze bepalen of jongeren verder willen luisteren. Prikkel de jongeren met een stelling, vraag, voorwerp, waardoor ze meteen geboeid zijn. Gebruik herkenbare voorbeelden uit de levens van jongeren. Ook is het erg aansprekend als je iets van je persoonlijke ervaring, iets uit je eigen leven in de inleiding verwerkt.

Zorg dat je boodschap evenwichtig en Bijbels is. Uitgangspunt daarbij is de 1,2,3-slag. Eén Naam, twee wegen, drie stukken. De naam van Christus staat centraal. Er is maar één Naam waardoor we zalig kunnen worden. En er zijn maar twee wegen in het leven: de brede en de smalle weg. Tot slot is 'geloven' iets van ellende, verlossing en dankbaarheid.

Richt je vooral op de harten van jongeren. Het gaat erom dat zij de Heere leren kennen, met de Heere gaan leven. In gebed om Gods Geest mogen we daar verwachting van hebben!

|