Een hele of een halve

In Amerika leefde aan het einde van de negentiende eeuw een evangelist met hart voor kinderen. Hij heette Dwight L. Moody. Overal in Amerika en Engeland hield hij evangelisatiebijeenkomsten. Bij terugkomst van zo'n bijeenkomst vroeg iemand aan hem of het een goede bijeenkomst was geweest. Moody antwoordde bevestigend. 'Zijn er mensen tot geloof gekomen?' vroeg de vragensteller verder. 'Ja', zei hij, 'twee en een half zijn tot bekering gekomen!' Die avond waren er drie zielen behouden. Twee kinderzielen en een volwassen ziel. De twee kinderen kwamen op jonge leeftijd tot Christus. Ze hadden nog een heel leven voor zich om te leven tot Gods eer. De volwassene had het grootste deel van zijn leven in de wereld geleefd. Hij kon alleen het laatste deel van zijn leven aan God geven.

Kinderen hebben nog een leven lang voor zich. Om vrucht te dragen en tot zegen te zijn. De Bijbel geeft ons de voorbeelden van Daniël, David, Josia, Jozef, Mozes, Samuël en Timotheüs. Dienstknechten van God, die Hij riep toen ze nog jong waren. Als kind, als tiener of als jongvolwassene. Kinderwerk in de gemeente is geen vrijblijvend knutselparadijs. Het kinderwerk is de werkplaats van de Heilige Geest. Alles moet erop gericht zijn dat kinderen de Heere leren kennen. Laat kinderen de Zaligmaker door het Bijbelse onderwijs in het hart kijken. Van de eerste handdruk tot de laatste groet. Opdat ze tot geloof komen. Door de werking van de Geest. En zo hun hele leven mogen geven aan de Heere.

|