Oogcontact, tijd en aanraking

Je herkent het vast wel. Situaties waarin je van een afstand roept wat kinderen wel of niet moeten doen. Je roept naar een kind dat drie meter verder loopt dat hij van zijn buurman af moet blijven. Op felle toon zeg je tegen een kind dat zijn jas onder de kapstok neergooit, dat hij het direct op moet rapen. Over een grote afstand roep je naar een kind dat rustig zit te knutselen: 'Goed zo! Ziet er mooi uit!' Vaak roep je vanaf de plek waar jij bezig bent wat je wilt of vindt van een kind. Begrijpelijk, je hebt immers nog twintig anderen om je heen die je in de gaten moet houden. Toch is deze manier van werken weinig effectief.

Kinderen hebben eigen liefdestalen. Net als volwassenen. Gary Chapman en Ross Campbell noemen vijf talen: lichamelijke aanraking, positieve woorden, tijd en aandacht, cadeaus en dienstbaarheid. De eerste drie genoemde talen zijn goed toe te passen tijdens het kinderwerk. Wil je een kind tijdens het knutselen een compliment geven? Neem de tijd. Loop dan naar hem toe. Zak door je knieën, leg een hand op zijn schouder en maak oogcontact: 'Wat maak jij er een gaaf kunstwerk van!'

Door oogcontact te maken, peil je of je werkelijk verbinding hebt met een kind. Zonder verbinding zweven je woorden ergens in de lucht en missen ze hun doel. Neem de tijd om verbinding te maken en toon volledige betrokkenheid. Dat hoeft geen tien minuten te duren. Maar neem wel de tijd die ervoor nodig is om het kind te laten weten dat je hem of haar ziet! Dat voelt een kind en daardoor weet het zich gekend.

|