Vertellen = zien

Vertellen. Voor veel leidinggevenden is dit een van de mooiste onderdelen van kinderwerk. Kinderen genieten van vertellingen. Vol aandacht luisteren ze naar jouw verhaal. Kinderen zijn dankbare luisteraars. Een goed verhaal vraagt de nodige voorbereiding. Je leest het Bijbelgedeelte, zoekt diverse bronnen na en bepaalt de kernboodschap van je verhaal. Wat wil je kinderen meegeven? Dat is belangrijk om te weten! In je hoofd ontwikkelt zich een verhaallijn. Met een prikkelende beginzin en een spannende climax. Menig verteller stopt hier met de voorbereiding. Denkend klaar te zijn voor het vertellen van een goed verhaal. Maar… hier begint de voorbereiding pas! Het fundament van je verhaal is klaar. Tijd om aan de beleving te werken.

Meesterverteller W.G. van de Hulst schrijft: 'Vertellen is een ander iets laten zien'. Om een ander iets te laten zien, moet je het verhaal eerst zelf gezien hebben. Train jezelf in beelden. Daarmee verandert de tekst op papier tot plaatjes in je hoofd. Zo verandert je verhaal in een film. Zoek een rustige plek en stap in je verhaal. Loop een zaal van Bethesda binnen. Voel met je voeten de koude vloer. In gedachten kniel je neer naast de verlamde man. Je ziet een schram op zijn gezicht. Een stille getuige van zijn worsteling om als eerste bij het water te komen. Je beleeft een gevoel van hoop als het badwater in beroering komt. Waterspetters raken je huid. Een blijde lach galmt door je hoofd. Een blinde vrouw is genezen. Jij niet. Teleurstelling overstroomt je. En moedeloosheid. Zo kruip je door het hele verhaal heen. Je kunt pas vertellen als je hebt gezien, gehoord, gevoeld en geroken.

|