Bijbelstudie met tieners

Op veel tienerclubs wordt het bezinnende deel van de avond niet met gejuich ontvangen. Dat is niet vreemd, omdat tieners nu eenmaal niet zitten te wachten op een betoog dat over hun hoofden heen gaat. Wie als leidinggevende zelf een inleiding of Bijbelstudie verzorgt, moet zich allereerst inleven in de wereld van tieners. Van binnenuit. Zoals Els van Dijk zegt: 'Het is mijns inziens de kunst om elk kind en elke jongere te zien als een boek dat niet geschreven, maar gelezen moet worden.' Wanneer we jongeren van binnenuit proberen te begrijpen, hebben we hen werkelijk wat te zeggen. 'Volwassenen zijn nodig als duiders van de werkelijkheid.' Tieners kunnen het niet alleen. Ze hebben volwassenen nodig om de wereld waarin ze staan te begrijpen, te duiden en ermee om te leren gaan.

Vragen die tieners stellen, moeten we dus niet opvatten als kritiek, maar als een kreet om duidelijkheid in een voor hen ingewikkelde wereld. Daarmee geven we concreet een antwoord op een behoefte van jongeren, zoals onderzoeker Spangenberg schrijft in zijn boek Grenzeloze Generatie: 'Onze oppervlakkige, met uiterlijkheden gepreoccupeerde samenleving verwaarloost een wezenlijke en serieuze behoefte van jongeren: het vormen en in stand houden van identiteit.' Dat is waar we mee bezig zijn bij tienerwerk: jongeren van binnenuit vormen voor het leven.

De invulling van het bezinnende deel is dus geen preek die mijlenver over hun hoofden heengaat. Maar een heldere, eerlijke, prikkelende confrontatie met hun eigen leven, in verbinding met dat wat de Heere van ons vraagt.

|