Gesprekstechnieken

Algemene basisvoorwaarden voor een goede gespreksvoering met tieners zijn volgens dr. Martine F. Delfos ‘respect, warmte en bescheidenheid’. In gesprek met tieners moeten we onze eigen angsten en vragen als leidinggevende aan de kant zetten. Wees bereid om de spannende stap te nemen om over je eigen grenzen heen te stappen, door niet alleen een mening over een tiener te hebben, maar ook van hen te houden. Wie van een tiener houdt, toont dit door de ander te respecteren. Leef je in, in het leven van de ander. Laat dit voelen door warmte in je woorden, houding en taalgebruik.

We weten van de wijsgeer Socrates (470-399 v. Chr.) dat hij ervan overtuigd was dat hij zelf weinig wist of begreep en dat juist de ander volgens hem deskundig was. Hij was heel goed in het stellen van de juiste vragen, waardoor de ander niet alleen ging nadenken over antwoorden, maar ook zelf weer dieper nadacht over de onderliggende argumenten. Met vragen, doorvragen en uitvragen kom je niet alleen steeds dieper bij de kern, maar leer je als twee personen tegelijkertijd snel. Niet alleen door wat je hoort, maar vooral ook door je eigen gedachten die je op een rij moet krijgen om een antwoord te kunnen geven. Een belangrijk middel in het tienerwerk is dus het stellen van vragen. Wie veel vraagt, komt niet alleen veel te weten, maar leert tegelijk aan een ander om af te dalen in zichzelf, om zo de grondpatronen van het denken helder te krijgen. Vragen stellen genereert nieuwe antwoorden op oude vragen, en andersom.

|