Imago en internet

online-imago

Tieners krijgen te maken met allerhande groepsdruk van leeftijdsgenoten. Ze staan niet op zichzelf, maar zijn voortdurend in verbinding met anderen. Psychologen hadden het vroeger over drie milieus waarin kinderen zich bevinden: het gezin, de school en de rest van de omgeving. Inmiddels is er een vierde milieu bijgekomen, het internet. Dit laatste milieu is zelf voortdurend in ontwikkeling, maar ontwikkelt tegelijk ook onze tieners. Hier moeten we bij het tienerwerk rekening mee houden.

Tieners staan met internet op en gaan ermee naar bed. De hele dag worden ze digitaal beziggehouden met de spiegel die anderen hen via internet voorhouden. De positieve 'likes' bij foto’s en posts op internet bepalen hun populariteit, houdbaarheid en plaats in de pikorde. Erik Erikson zegt hierover: 'Ze staan de hele dag op een publieke tribune.'

Ergens in het derde milieu bevindt zich het kerkelijk tienerwerk. In tegenstelling tot hun functioneren op het internet, is dit 'real life'. Een extra wereld die voor tieners een veel hogere drempel heeft dan het bijhouden van contacten via Facebook en WhatsApp. Het bezoeken van een tienerclub is geen basisgegeven binnen de christelijke opvoeding, maar een optie. Net zoals de muziekschool, voetbalvereniging of badmintonclub een optie is. Veel tieners mogen zelf kiezen. Logischerwijs maakt het nogal wat uit wat 'de rest' ervan vindt. Heeft de club een positief imago in de groep, dan gaan ze ervoor. Staat de club als ‘saai’ bekend, dan blijven ze massaal weg. Investeer dus in het imago van de club. Zorg dat tieners 'erbij willen horen'; op club!

|