Verbinding vanuit het hart

In Spreuken 23:26 is Salomo in gesprek met zijn zoon. Hij roept zijn zoon op hem zijn hart te geven, om vervolgens met zijn ogen de weg van zijn vader te volgen. We zijn gewend deze woorden in eerste instantie geestelijk te duiden, in de verhouding van God tot Zijn kinderen. Dat mogen we doen, als we de praktische les van mens tot mens maar niet laten liggen. Salomo spreekt hier concreet tot de zoon, die hij door middel van het Spreukenboek onderwijs geeft. Hij spreekt van hart tot hart.

Wie spreekt van hart tot hart, maakt verbinding. Dat is een dialoog, geen monoloog. Wij zien spreken vaak als een mogelijkheid om ons te uiten. Daarom vinden we dat we spreken wanneer we ‘tegen’ onze tieners praten. We moeten echter ‘met’ onze tieners praten. Bij tienerwerk draait het niet om het vermogen om te praten, maar het vermogen om te luisteren. In Spreuken 18:13 lezen we dat het dwaas is om te antwoorden terwijl je niet eerst luisterde. Dit spreekt voor zich. Eerst luisteren, dan spreken. Wanneer je spreekt, spreek dan op hartniveau. Zoek verbinding met de kern van de ander. ‘Geef mij je hart!’

‘Volwassenen vertellen jongeren wat ze van iets vinden, maar zelden communiceren ze zodanig dat ze de ander echt uitnodigen tot nadenken en tot het delen van wat er in hen omgaat. Jongeren raken daardoor ongeïnteresseerd in wat volwassenen te zeggen hebben.’ (dr. Martine F. Delfos)

|