Tips - opvoeders

  • Het is goed om te beseffen dat iemands leerstijl en niet zozeer zijn opleidingsniveau bepaalt of hij doener of denker is.
  • Besef dat doeners meer opbloeien in een leeromgeving van meester-gezel-leerling dan in een leeromgeving van cognitieve kennisoverdracht.
  • Een doener is erg gericht op de praktijk en praktische voorbeelden. Hij leert (vanuit) de praktijk makkelijker dan de theorie.
  • Doeners kunnen niet minder dingen, maar andere dingen.
  • Doeners gaan soms zonder na te denken aan het werk. Evalueer een taak achteraf en help hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
  • Geef een doener de nodige tijd en ruimte om dingen uit te proberen.

Bij het jongerenwerk:

  • Kies een bij de jongere passende werkvorm.
  • Praat niet alleen theoretisch, maar voeg ook praktische voorbeelden toe aan het vertelde.
  • Een doe-opdracht waarbij jongeren in tweetallen of groepjes aan de slag kunnen zal bij doeners beter werken dan een stuk theorie.
  • Sfeer en menselijk contact zijn belangrijk. Vraag eens naar het werk van de jongere.
  • Gebruik voorbeelden uit de praktijk de praktijk van alle dag, zo wordt duidelijk dat het christelijke geloof niet alleen iets voor 'denkers' is, maar ook door doeners in de praktijk kan worden uitgeoefend.
|