Thema - voor opvoeders

games13

In maart 2014 kwam het dagblad Trouw met een complete bijlage over games onder de titel 'Game on'. Een moeder schrijft: "Onze zoon (11) houdt van gamen. Als de zon niet heel hard schijnt, brengt hij het liefst hele dagen door achter het beeldscherm. Irritant? Ja. Maar is het ook erg?" Na deze vraag beschrijft de moeder hoe haar eigen ouders zich vroeger over van alles en nog wat zorgen maakten en dat ze dat als puber maar knap irritant vond. Ze vervolgt: "Natuurlijk nam ik me voor het met mijn kinderen allemaal anders te doen. Inmiddels tast ik als ouder net zo in het duister als de mijne destijds. Wanneer verandert een computerspelletje spelen in een verslaving? En hoe voorkom je dat?"

Veel kinderen en jongeren spelen games. Van grote (online multiplayer) games tot kleine tussendoorspelletjes. Actie, avontuur en (ont)spanning… games bieden alles wat hen aanspreekt. Ook kunnen kinderen en jongeren er allerlei vaardigheden mee ontwikkelen. Maar zijn games alleen maar leuk, leerzaam en onschuldig? Nee, zo bleek uit het congres 'Gamers zijn geen losers' dat op 4 februari 2015 werd gehouden. De introductiezin van dit congres luidde: "Zo'n 12.000 kinderen zijn verslaafd aan gamen. Het aantal jongeren dat zich met een verslaving meldt in een afkickkliniek is in twee jaar tijd verdubbeld..."

De grote vraag is: hoe voeden wij onze kinderen vanaf hun eerste kinderjaren op als het gaat om games? Verbieden we het (gedeeltelijk)? Begeleiden we onze kinderen in de confrontatie met games?

En hoe gaan we om met onze kinderen die al volop aan het gamen zijn? Gaan we open met hen in gesprek? Is er ruimte voor vragen? Durven we ook Bijbelse grenzen aan te geven? En waar liggen die dan? Tijd voor bezinning!

|