Geweldig

Collega_s

Jarenlang werkte ik bij een groot internationaal bedrijf. En geen van mijn collega’s zag de kerk ooit vanbinnen. De naam Jezus kenden ze alleen als stopwoord; verder waren ze geheel onbekend met God en met Zijn Woord. Vanaf het begin was het een zoektocht. Hoe kon ik mijn ”medereizigers op weg naar de eeuwigheid” het beste benaderen?

„U dan die gelooft is Hij dierbaar”; het was mijn verlangen geworden om dat uit te dragen. Maar open over Hem spreken is niet altijd eenvoudig. Vaak durfde ik niet. Soms was er geen gelegenheid. Andere tijden voelde ik me al heel wat als ik durfde te bidden voor mijn eten. ’t Is mooi om te zingen: „Grote God, wij loven U”, maar dat lied eindigt wel met de bede: „Laat ons niet verloren gaan!” Ook mijn collega’s niet! De hele dag luisterde ik mee naar Veronica en Radio 538. Er was niet aan te ontkomen. Op verzoek verdeelden we de tijd en mocht ook ‘mijn’ muziek gehoord worden. Samen luisterden we naar de Muzikale Fruitmand van de EO en naar de middagpauzedienst met ds. Jac. van Dijk. De sfeer onderling was heel goed.

In mijn kantoor had ik twee platen opgehangen met mooie afbeeldingen uit de natuur. Op de ene stond een prachtige foto van een vos, met daar onder de tekst: „Zie, God is geweldig!” Op de andere plaat was een waterval te zien met veel groen en een tekst naar Klaagliederen 3:26: „Goed is het in stilheid te wachten op het heil des Heeren.” Op mijn tafel stond een klein houtsnijwerkje van biddende handen. In het ‘rommelbakje’ op m’n bureau lag een gekleurd kaartje met een paar geciteerde psalmen. De platen in mijn kantoor vielen op. Zeker in vergelijking met de ‘natuurfoto’s’ die ik in het magazijn tegenkwam. Een collega kende de twee teksten van de platen uit z’n hoofd. Soms als hij mij in de wandelgangen tegenkwam, citeerde hij de teksten moeiteloos. Vaak in een lachende sfeer. Een andere collega vroeg dan: „Wat zeg jij nou?” Waarop hij ze weer citeerde. Zo ontstonden gesprekken. ’k Heb mijn collega wel gezegd: „Je onthoudt deze zinnen tot in het zorgcentrum.”

Een paar jaar geleden liep ik hem, na lange tijd, plotseling tegen het lijf. Verrast riep hij uit: „Hé man! Zie, God is geweldig! En oh ja... hoe was die andere ook al weer, stilheid en heil des Heeren?”

|

Laat een reactie achter