Anders

« Terug naar overzicht

Anders

Natuurlijk weet ik niet of het u interesseert, maar ik zit gewoon ergens mee. Nou ja, gewoon. Zo gewoon is het nu ook weer niet. Ik zit er al een hele tijd over te piekeren of de mensen vroeger anders bekeerd werden dan nu. Er is mij namelijk altijd bijgebracht dat bekering wel echt moe(s)t wezen.

Ik zat daar als kind over in. Zou ik wel een kind van God zijn? En hoe moest je nou toch echt geloven? Je kende bekeerde mensen. Hun zonden waren vergeven. Het waren gelovige mensen. Wedergeboren. Ja, want dat moest er ook met je gebeuren. En de dominees preekten dat ook in de kerk en je dacht: Dat zijn gelukkige mensen. En als het avondmaal was, merkte je dat op de een of andere manier. Mensen waren soms in tranen aan de tafel en toch wist je dat het niet alleen verdriet was over hun zonden maar ook blijdschap in God.

Toen ik wat ouder werd en de preken over de catechismus begon te begrijpen, vond ik zondag 1 ontzettend mooi, maar de daaropvolgende zondagen heel spannend. Over de gerechtigheid van God en dat we daaraan onmogelijk konden voldoen omdat we zo door en door zondaren waren. En toch was er altijd weer licht in de kerk. Want Jézus werd echt wel gepreekt in die donkere straten van het boek uit Heidelberg?

En intussen ging de strijd in je hart door en vervulde soms zo'n verlangen naar God je ziel en je vroeg of je het ook zeker mocht weten van die enige troost.
Een nogal persoonlijke ontboezeming. Is dit geloven een stadium dat wij vandaag de dag gepasseerd zijn? Kinderen zingen vandaag uit volle borst dat ze allemaal de Vader in de hemel kennen en we zijn allemaal een parel in Gods hand. Jonge mensen followen allemaal Jesus. En het schijnt dat de Vader met ons allemaal onderonsjes heeft waarin Hij ons het plan van ons leven tot in details bekend maakt.

Ik weet natuurlijk niet alles, maar ik hoor bijna nooit meer dat (jonge) mensen zitten te tobben over de donkere straten van de Heidelberger. Weet u wel, van dat benepen juridisch geneuzel waarvan grote geesten Ursinus en Olevianus hebben beticht. Zouden we oogsten wat er stilletjes gezaaid is? Doet God het nu anders? Heb ik mij ten onrechte benauwd gemaakt over gerechtigheid die voor Gód kon gelden? En gezocht naar een echte troost? Dat ik zou weten: Christus is ook voor mij gekomen en van mij geworden? Of zijn we volautomatisch kind van God? En toch helemaal gereformeerd, hoor! Echt waar?

Ds. A. Beens, emeritus predikant PKN

Column overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad

|